|
Pater Alfredo
Regen, hagel, natte sneeuw en mijn ouders. Toegegeven: het had nog beroerder gekund (zo lag er bijvoorbeeld geen ijzel), maar het jaarlijkse kerstdiner in Castricum was het voorlopige dieptepunt van 2008. En het jaar is nog niet eens om.
De rit er naartoe was ook al een ramp. ‘Jíj wou toch een cabrio?’ zeurde Philippe terwijl het dak stijf stond van het ijswater. Onze hond Pollo lag rillend aan zijn voeten. Hem toedekken met een plaid had niet geholpen. Even later glibberden we door de straat waarin mijn ouders wonen. ‘Bij gladheid wordt hier niet gestrooid,’ meldde een bordje dat was bevestigd op een uit het lood staande paal.
Tijdens het voorgerecht bleef de gespreksstof beperkt tot de kredietcrisis. In onvervalst beursjargon vatte mijn vader de gebeurtenissen samen om af te ronden met zijn eigen situatie. ‘Mooi dat ik alvast wat had opgeruimd jongen, anders hadden we nu helemaal niks meer.’ Zijn vermogen (lees: mijn erfenis) bleek te zijn gehalveerd. Als het zo doorging had hij alleen nog maar zijn ballen om te tellen.
Maar dat bleek mee te vallen. Mijn moeder vertelde namelijk over het project dat zij en mijn vader ondersteunen op de Filippijnen en waarvan ‘…Pater Alfredo zei dat hij eigenlijk een apotheek nodig had.’ Dit gebouwtje (met inhoud) bleken mij opvoeders te hebben gefaciliteerd. Hoezo crisis…
Opgeruimd verkondigde mijn moeder dat ze blij was kerst weer eens wat extra’s voor haar pater te kunnen doen. Ik vroeg haar hoe het zat met de artsen die de medicijnen voorschreven. Waren die capabel? En hoe bleef de voorraad in die apotheek op peil? Hoe zat het met de distributie? Want het dorp van Pater Alfredo ligt op een eiland.
Komt alles wel terecht bij de mensen bij wie het terecht móet komen? Ja, dat was allemaal in orde, dat werd gecontroleerd. Door wie? Dat wisten ze niet. En waren ze er wel eens geweest, eigenlijk? Nou nee, dat niet…
‘Maar het gaat al dertig jaar goed,’ suste mijn moeder terwijl ze de kalkoen aansneed. ‘We hebben geholpen met de bouw van een kerk, een pastorie, een weg, verschillende huizen en een artsenpost. Dat is nu een klein ziekenhuisje.’ Ik herinnerde me dat mijn ouders vorig jaar een enorme kerstboom hadden laten opsturen. Maar het gebruik om zo’n ding op te tuigen bleek er niet bekend, dus Pater Alfredo had een ansichtkaartje gestuurd met daarop de tekst: ‘Thanks for the firewood.’ Wat zouden ze met die medicijnen gaan doen, vroeg ik me af.
Foto’s van de dorpskerk en de weg er naar toe had de pater nog nooit gemaakt, laat staan verzonden. En ook niet van de pastorie, de huizen en de artsenpost. Wel was er over het dorp op de Filippijnen een speciale postzegel verschenen. Het papiertje (waarde: 1 Peso) toont een idyllisch kerkje dat net zo goed in Ootmarsum of Waddinxveen had kunnen staan. Het kleinood zat voorin mijn vaders vuistdikke postzegelalbum naast een zegeltje met de paus erop. Tijdens de pudding zei mijn moeder dat ze volgend jaar ‘iets met computers’ gingen doen.
Ik vertelde dat ik ter gelegenheid van kerst van Philippe een pinguïn had gekregen. Leuk om ’s winters over het dakterras te zien waggelen en ’s zomers uit te laten op de gracht. Maar de proefpinguïn die door Artis bij ons thuis werd geplaatst kreeg ruzie met Pollo. Bovendien scheet hij (uiteraard was het een mannetje; geen vrouwen in ons huis) in de open haard die dus waanzinnig ging stinken op het moment dat we hem weer eens aanstaken. Exit pinguïn.
Nou, dát vonden mijn ouders een raar verhaal…
|