|
Lenn de Jong (1950) studeerde aan verschillende Duitse universiteiten voordat ze eind jaren ’80 terugkeerde naar het geboorteland Nederland. Opgeleid als politicologe en sociologe vervulde ze diverse functies in het welzijnswerk, in het bijzonder in de jeugdzorg. Thans werk zij als loopbaanbegeleider, metal coach en columniste. Namens haar schreef ik onderstaand stukje...
Wat is kerst?
Laatst werd me gevraagd: ‘Was kerstmis vroeger nou anders?’ De vraagstelster bedoelde natuurlijk zoiets als: was kerstmis vroeger gezelliger, leuker, minder commercieel… Om met dat laatste te beginnen: ja zeker! Toen ik geboren werd was de oorlog net vijf jaar voorbij en er was nog weinig te krijgen. Maar ja: wat niet weet wat niet deert. We kregen trouwens meer cadeaus tijdens Sint Nicolaas. Kerstmis was vroeger eerder een godsdienstig feest.
Het begon al met de advent, vier weken van tevoren. Advent komt van ‘advenire’ wat ‘verwachten’ betekent. Ons werd duidelijk gemaakt dat hiermee de geboorte van Christus werd bedoeld. In de kerk hing een met dennentakken versierd wagenwiel met aan alle vier de uiteinden van de spaken een kaarsenstandaard. Daar werd vier weken voor kerst een brandende kaars in gezet, drie weken voor kerst nog een en zo verder totdat het wiel tijdens de kerstviering bij wijze van spreke in lichterlaaie stond. Nou ja, bij wijze van spreken: één keer ging het wagenwiel ook echt in vlammen op. Het jaar erna kreeg onze kerk elektriciteit.
We hadden altijd een prachtig koor. Amateurs natuurlijk, maar wel getraind. Er werd ook intensief gerepeteerd. Veel koorleden waren ook lid van de operettevereniging en van het oratoriumkoor. Dat voerde jaarlijks de Messiah uit. Of het Requiem van Dvorak. Maar tijdens de nachtmis zongen ze naast de mistekst ook de echte klassiekers: Midden in de winternacht, De herdertjes lagen bij nachte en Nu zijt Wellekome. Ik weet niet of ik toen de sopranen en de alten al mooier vond dan de tenoren en de bassen, het speelde gewoon niet zo.
De nachtmis geeft me ook nu nog een gevoel van homogeniteit, saamhorigheid en solidariteit. Niet dat ik elk jaar meer ga. Ik heb de moederkerk vaarwel gezegd, maar probeer wel het leven van Christus na te volgen. Dat is voor mij: opkomen voor de zwakkeren, handelen zonder aanzien des persoons en dit alles in het besef dat er een hogere macht is die boven je is geplaatst. Dat probeer ik de leden van onze gespreksgroep ook elke maand weer mee te geven.
En was kerst vroeger leuker? Ach wat is leuk… Ons gezin gaf niet veel warmte, maar daar heb ik geen levenslange afkeer van het familieleven aan overgehouden. Ik ben dol op de kinderen van mijn vriendin en vind het heerlijk als ze straks met de kerst komen. In dat opzicht is kerst voor mij nu gezelliger dan voorheen. Maar veel gedoe geeft het wel. Ik ben de enige die doorwerkt tot aan kerst want de meeste collega’s nemen hun laatste vrije dagen op.
In de supermarkt en ook in natuurvoedingswinkels is het veel drukker dan anders. Van veel recepten die ik wil maken, zijn de ingrediënten uitverkocht of sowieso niet meer te krijgen. Dus soms moet ik in de keuken een hele maaltijd improviseren.
En laat ik eerlijk zijn: elk jaar komt er een pondje bij, dus december is voor mij ook winkelmaand. Maar ook dat winkelen gaat weer niet van een leien dakje. Het is druk in de stad en soms kan ik niet eens mijn fiets kwijt. Maar ik troost me met de gedachte dat automobilisten het nóg moeilijker hebben. Ja, ik denk dat dát kerst is voor mij: hoe moeilijk je het ook hebt… een ander heeft het altijd erger.
Stop! Misschien gaf ik met die automobilist wel een verkeerd voorbeeld. Maar wat ik wil zeggen is dit: werk je bij een bank en krijg je dit jaar geen bonus? Denk dan aan je collega’s die ontslagen zijn. Heb je dit jaar een flinke huurverhoging gekregen? Denk dan aan al die dak- en thuislozen op straat. Ben je student en kan je geen boodschappen meer doen? Denk dan aan de klant van de voedselbank. Kortom: kerst is denken aan de ander.
|