|
maandag 06-sep-2010
facebook
En nu zitten we dan op Facebook. We hebben er ons jarenlang tegen verzet, maar een stortvloed van commentaar, de tweede week van augustus, deed ons toch maar een profiel aanmaken. De hoofdschuldigen waren Henk-Jan en Dave. Gelukkig bleek Facebook alfa-vriendelijk dus een portretje was zo gemaakt. Dit keer onder onze eigen namen.
Dat is dan het eerste verschil met al die andere profielensites waar Philippe en ik ooit lid van waren. Als het 'homo' is, kies je natuurlijk meteen voor een nickname. Ikzelf ben daarin zeer bedreven.
Maar wat voegt het verder toe, behalve een zekere braafheid? Tot nog toe beschouwen we Facebook als een kruising tussen LinkedIn en GayRomeo. Voor mij is dat wel weer genoeg. Alle andere profielen heb ik opgezegd. En nog een laatste verschil: je kunt op Facebook niet bloggen.Dat doe ik dus maar weer hier.
14.29
[een opmerking plaatsen]
maandag 30-aug-2010
Overstap
Beste lezers,
Per 1 september gaat dit blog verder op mijn Facebookpagina. En per 17 november verdwijnt deze site helemaal.
Tot op Facebook,
Norbert Splint
17.13
[een opmerking plaatsen]
dinsdag 17-aug-2010
Aardappel blijft nummer één in Nederlandse keuken
Of: wie zei daar dat boeren geen humor hebben? Eerste stelling: 80 % van de consumenten vindt pieper voedzaam en betrouwbaar, maar kennis is gering
Nederlandse consumenten grijpen in de huidige financiële en politiek onzekere tijden terug naar de nostalgie van de aardappel. ‘De pieper past in de trend van heimwee-eten’, zegt trendwatcher Adjiedj Bakas in een reactie op een imago-onderzoek dat marketingbureau Stap-Een in opdracht van de Nederlandse Aardappel Organisatie uitvoerde.
Gezond imago
Uit dit onderzoek blijkt dat 70 procent van de Nederlanders aangeeft van de aardappel te houden. 80 procent is van mening dat de aardappel voedzaam, gezond, betrouwbaar en goedkoop is.
Drie dagen per week op tafel
Toch krijgt de oerhollandse aardappel in de keuken niet de aandacht die het verdient, ondanks dat 50 procent van de huishoudens de aardappel minimaal drie dagen per week op tafel zet. De kennis over de pieper is namelijk gering. Het verschil tussen vastkokend en kruimig weten de meeste consumenten wel. Maar waarom precies een aardappel gezond is, weten ze niet.
Slankmaker
De aardappel is dé slankmaker onder de koolhydraten. Organisaties als de Weight Watchers bevelen het product aan in hun afvalprogrogramma. De pieper zit bomvol vitamine C en is een belangrijke leverancier van kalium.
’Aardappels, zo gepiept’
Om de kennis te vergroten is De Nederlandse Aardappel Organisatie met een nieuwe campagne begonnen onder de slogan ‘Aardappel, zo gepiept’.
Website aardappels.nl
Op de vernieuwde website www.aardappels.nl is op levendige en toegankelijke wijze informatie te vinden over recepten, anecdotes en de herkomst van de aardappel. Er kan ook een originele E-card worden verstuurd.
Over de NAO
De Nederlandse Aardappel Organisatie behartigt de belangen van de Nederlandse pootaardappel, consumptie- en industrieaardappel nationaal en internationaal.
10.14
[een opmerking plaatsen]
woensdag 21-jul-2010
Nina, het boek en de waarheid
Nina, het boek en de waarheid
Journalisten moeten de waarheid kunnen blijven opschrijven, zonder angst kapot te worden geprocedeerd.
Ergens in februari 2009 plofte een vuistdikke envelop op de deurmat bij journalist Eric Smit. Afzender was Nina Brink, haar toenmalige postbode was advocaat Jurjen Pen. Op zich kon Smit, de auteur van Nina, de onweerstaanbare opkomst van een powerlady, weten dat de publicatie van dit boek niet zonder een zuchtje van zijn protagonist voorbij zou gaan. Nina is inmiddels veel gewend, maar lastige kritiek blijft nu eenmaal een beetje pijn doen. Zeker als die pijn wordt teweeggebracht door Eric Smit. Oké, hij is niet het braafste jongetje van de klas, maar het is een glorieus feit dat Eric als journalist altijd op zoek is naar de waarheid hij is waarschijnlijk één van de laatsten der journalistieke Mohikanen.
Als voormalig adjunct van bijtertje Quote heeft Smit door de jaren heen onophoudelijk geschopt tegen de schenen van zichzelf verrijkende zakenlieden. Wie deze achtergrond kent, zag uit naar de feiten die hij ging onthullen toen hij zijn pijlen van nieuwsgierigheid en vasthoudendheid richtte op één van Nederlands spraakmakendste zakenvrouwen van de afgelopen decennia.
Het anekdotische boek, uitgegeven door Prometheus, geeft een scherp en feitelijk beeld van mevrouw Brink. Persoonlijk begrijp ik niet zo goed waar zij en haar kompaan Pieter Storms zich druk om maken. Nina is geen Moeder Teresa en zakendoen aan de top is nu eenmaal een meedogenloze activiteit. Dat zij in het verleden nogal bruusk haar doelen heeft willen realiseren, is inherent aan de huidige cultuur van ondernemen in de westerse wereld nee, waar ter wereld dan ook. Nina heeft niet de rozenkrans gebeden in de hoop dat haar vele miljoenen ten deel zouden vallen: zij is een icoon van het zakendoen op het scherp van de snede.
Financieel is zij er in elk geval niet minder van geworden. En ja, er zijn ook partijen zoals de grootbanken, de Zwitserse familie Sandoz en vooral ondernemer Dik Wessels die garen hebben gesponnen bij de beursintroductie van World Online. Nee, we praten hier niet over paters en nonnetjes: het zijn allemaal keiharde types met een roestvrijstalen dadendrang. En ja, er zijn duizenden particulieren die hun zuurverdiende spaarcentjes hebben zien verdampen. Het is zeker relevant te achterhalen wie schuldig is geweest aan het debacle van World Online. En het is vooral relevant te constateren dat er veel gezinnen zijn geweest die hier veel verdriet en persoonlijk leed door hebben gekend.
Nina Brink en Pieter Storms, die het tot voor kort op televisie opnam voor 'de kleine man die vermorzeld werd door het grote geld', moeten beseffen dat je de wereld niet kunt besturen vanuit een Falcon 2000 (een privévliegtuigje van 25 miljoen euro), dat de onthutsende gelddrang van bankiers, beheerders van investeringsfondsen en hun volgers symboliseert. Ze hebben met een vork schrijvende urenschrijvers als mr. Paul Russell ingehuurd om Eric Smit de mond te snoeren.
Voor mijn werk vertoef ik regelmatig in Rusland. Als je daar hinder van het kritische journaille ondervindt, schakel je een huurmoordenaar in, koop je de rechter om of laat je een vriendenclub van Tsjetsjeense rebellen een auto opblazen.
Daarom vind ik de zaak-Smit/Brink meer dan een stukje op de voorpagina van Het Parool: het gaat om de grondslagen van de rechtsstaat. Het is meer dan de strijd van David tegen Goliath: het gaat erom of journalisten bij het schrijven van een stuk zich afvragen of hun stuk consequenties gaat krijgen voor persoon en gezin.
De angst voor mastodonten zoals Brink, die met gemak ieder individu kapot kan procederen, zou in de toekomst kunnen betekenen dat de 'waarheid' onder het tapijt blijft kleven. Zonder enig waardeoordeel uit te spreken over de inhoudelijke kant van het boek (nogmaals, ik zie niet wat Brink en Storms nu zo erg vinden), kan ik begrijpen dat Smits zich opgejaagd voelt.
Nina Brink duldt geen tegenspraak en is tot alles bereid. Daarbij past zij immer de tactiek van de verschroeide aarde toe. En er zijn altijd hijgerige advocaten te vinden die het verschroeien met wat extra brandstof willen versnellen. Haar waarheid is de enige waarheid. Nee, Brink is geen heks. Maar ze beschikt niet over enige mate van zelfreflectie of zelfkritiek. Doorprocederen tot de tegenstander ademloos en munitieloos is, luidt haar motto en Storms is het nieuwe soldaatje dat ze de loopgraven kan insturen.
Ik denk niet dat Smit bij publicatie enig idee had van de omvang van het martelaarschap dat Brink voor hem in petto had. Maar de retoriek en de vernietigingsdrang van het liefdespaar hebben inmiddels zulke absurdistische vormen aangenomen dat we allang voorbij de kolder van een perverse klucht zijn.
Smits collega's mogen niet stilzwijgend toekijken. In Nederland hebben we helaas een prehistorisch rechtssysteem, waarin het leggen van beslagen net zo eenvoudig is als het kopen van een ijsje. Het gedrag van Brink is ook een gevaarlijke metafoor voor de vele duizenden 'schone' ondernemers in ons land, wier daden gelijkgesteld kunnen worden aan die van haar. Brink is een extreme uitzondering, een zeldzaam voorbeeld van een 'succesvolle' ondernemer die een spoor van ellende lijkt te hebben getrokken en toch de dans ontsprong. Daarom vind ik dat Eric Smit gesteund moet worden, teneinde uitdroging te voorkomen.
Ik zal één dezer dagen een fatsoenlijke donatie op de rekening van de stichting Muckraker overmaken. Deze stichting valt niet onder de beslagen en zal Smit helpen een eerlijke procedure te voeren zonder dat hij hoeft te buigen voor het kapitalistische geweld van Nederlands lieflijkste paar. Het rekeningnummer van deze stichting is 78.49.32.972, Triodos Zeist onder vermelding van 'Help Smit de zomer en winter door'.
Elke gift hoe klein ook is van belang als we allen vinden dat de vrijheid van meningsuiting gevrijwaard moet blijven van angstgevoelens en megaclaims. Zeker in het huidige tijdsbeeld is dat belangrijker dan ooit. Beter nog is dat Nina en Pieter Eric Smit met rust laten. Ze beseffen nog niet wat het voor hun imago betekent als ze Smit echt op de knieën krijgen. Denken ze dat het volk hen dan op handen zal dragen?
Yves Gijrath
De auteur is directeur van de Gijrath Media Groep.
22.41
[een opmerking plaatsen]
maandag 10-mei-2010
Vindbaarheid en functionaliteit
Vorige week had ik een klant aan de telefoon die vroeg of ik SEO-teksten schreef. Ik was aardig bij de pinken dus ik vroeg eerst wat hij daar zelf onder verstond. Zijn definitie: als eerste gevonden worden door Google.
Ik antwoordde dat dat nog een heel karwei was. Immers: Search Engine Optimized schrijven is nog heel wat anders dan Search Engine Guaranteed schrijven. Zeker als je - als klant – niet meteen een paar ton over hebt voor Google Ads.
Dezelfde klant vroeg ook hoe het dan kwam dat www.combitekst.nl zo hoog staat in Google. Vul in: ‘tekstbureau amsterdam’ en de CombiTekst-site is de op een na eerste site die niet via Google Ads is opgestuwd in de vaart der websites van tekstbureaus. Voor de goede orde: de numero 1 HEET Tekstbureau Amsterdam. Daar kan zelfs ik niet tegenop.
Terug naar het antwoord. Laat ik beginnen met te stellen dat ik niets weet van techniek en dat ik zelfs om een metatekst in te kunnen bouwen mijn toevlucht moet nemen tot mijn IT-man. Dezelfde reddende engel hielp mij aan de volgende tips over vindbaarheid.
Op de eerste plaats: hoe ouder de site, hoe beter. Het duurt nu eenmaal even voor Google een site heeft opgemerkt. Ads of niet. Voorwaarde: dan moet er wel wat op de site gebeuren. Een dode site wordt niet gevonden. Tip twee dus: vaak aanpassen die site.
De derde tip spreekt me nog het meeste aan: geen onzin verkopen. Het schijnt dat Google ‘weet’ wat ter zake doende informatie is. Een goed verkoopverhaal wordt dus eerder gevonden dan het gebruikelijke gezever over mission statements of ‘Welke bedoeling hebben wij met onze aarde?’ Dan de laatste tip. Die vind ik als tekstschrijver natuurlijk vreselijk, maar het werkt wel: de zoektermen zo vaak mogelijk in de tekst zetten. Oerlelijk, maar wel functioneel.
Tip vier is dus niet mijn favoriet. Maar bewezen geschiktheid van een bepaald advies spreekt me wel aan. Jammer van de leesbaarheid, dan maar. Maar of ik die tip op de CombiTekst-site ga gebruiken…
11.30
[een opmerking plaatsen]
maandag 15-mrt-2010
Edwin en Petra
Onze vrienden Edwin en Petra gaan naar Denemarken emigreren. En dat is jammer. We gaan ze daardoor nog minder vaak zien dan nu het geval is, want de locatie is niet bepaald naast de deur: zo’n veertig kilometer boven Kopenhagen, als ik het allemaal goed heb begrepen. We zijn er ooit geweest met vriend Carl en hebben toen ook de woonplaats van vriend Carlos aangedaan: Malmö. Met zijn vieren zijn we toen naar Helsingborg gereden: de plaats waar Petra gaat werken, voor IKEA. Verwarrend hè? Het is een mooie regio, waar ze gaan wonen, zo weten wij uit ervaring. Daar niet van. Maar om nou te zeggen dat ik er elk jaar naar terug wil… Ik bedoel: het is Valencia niet…
Hoewel er met Edwin en Petra wel behoorlijk te lachen valt trouwens. Edwin houdt er bijvoorbeeld van zijn telefoongesprekken absurdistisch in te leiden. Voorbeeldje: “Ja, met Ed. Wat denk jij: mag je nog rijden met twee glazen champagne, een fles witte wijn, een fles rode wijn, drie glazen armagnac en twee pijpjes pils in je mik?” (Ik: “Nou, ik denk het niet…”) “Dat is dan raar, want ik reed ik gisteren bij het Olympisch Stadion in een fuik en toen…” Etc. Ook hebben we tijdens een etentje wel eens een kwartier lang persiflages op I.M. van Connie Palmen weggegeven. Edwin bedacht de leukste: Ik Mongool. (Zelf bedacht ik vlak na de dood van Hans van Mierlo een mooie boekenweektitel: Hij At Flink Maar Ongezond).
Overigens was dat wel een etentje bij ons. Bij Edwin en Petra thuis is het qua het eten altijd een feest, dankzij Edwin zijn sterrenstatus op kookgebied. Van beroep is hij trouwens pianist. Ooit was hij mijn pianoleraar en daarna die van Philippe… Vrijdag jl. waren we weer eens bij ze te eten, in Overveen. Uiteraard aten we goddelijk. Daarna bekeken we foto’s van hun nieuwe huis en van de huizen die ze hadden bezichtigd. Het was allemaal ruim en van een oogverblindende schoonheid. Voorwaarde om het huis te betrekken was natuurlijk wel een forse woonkamer, anders past Edwin zijn concertvleugel er niet in.
In het kader van zijn cursus Deens (of Zweeds, dat weet ik niet meer) bleek Edwin filmpjes van de Deense producent Roy Anderson te hebben gedownload. Die moesten we ook maar even bekijken. Normaal gesproken en ik daar niet zo’n fan van: een video of dvd bekijken van een komiek (of zo) die zo door een vriend of vriendin wordt gewaardeerd dat er ruimte op de computer voor wordt gereserveerd. Mijn gevoel voor humor is niet zozeer beter ontwikkeld, maar vaak toch wat harder, cynischer, ironischer en (toegegeven) platvloerser. Niet voor niets schoot ik een keer keihard in de lach toen Edwin op een dag belde om te vragen in wat voor een soort café Philippe zijn verjaardag werd gevierd. “Ja, met Ed. Zeg, die tent waar je man volgende week dat feest geeft,” begon hij,” is dat een beetje een fatsoenlijke zaak of word je er als je binnenkomt meteen helemaal ondergescheten?” Ik zei natuurlijk meteen dat je bij binnenkomst “meteen helemaal ondergescheten” wordt.
Afijn: de avond eindigde ermee dat ik door de filmpjes van Roy Anderson zo ongeveer in mijn broek plaste van het lachen. En intussen heb ik op mijn computer ook wat ruimte voor onze Deense (Zweedse?) vriend gereserveerd. En gaan we Edwin en Petra bezoeken, als ze eind april verhuisd zijn? Vast wel. Zegt niet de Michelingids bij een 3-sterren restaurant: een omweg waard? Nou dan…
12.17
[een opmerking plaatsen]
maandag 08-mrt-2010
Zelf thuis ziek zijn en blijven
Hoe ziek kan je zijn, of liever: hoe ziek kan je je voelen? Deze vraag kwam vanochtend tijdens het tandenpoetsen bij me op. Maar eerst terug naar het blog van de vorige keer. Daarin plaatste ik min of meer expliciet een advertentie om ons huis te verkopen. De tekst kwam tot stand na het bezoek van twee makelaars (van twee verschillende kantoren) aan ons huis. Gewapend met een opschrijfboekje en hun expertise wandelden de heren door ons formidabele appartement en wezen mij op de voor en nadelen van onze woning.
Wat zij waarschijnlijk wel zagen, maar niet opmerkten, was hoe smerig het groene tapijt in de muziekkamer en op de binnentrap was. Tien jaar lang intensief gebruik van bezoek, logés, gasten, schilders, tijdelijke bewoners en niet in de laatste plaats onszelf hadden hun sporen achtergelaten. Dat had ook Pollo gedaan. Regelmatig gebruikte hij het tapijt als toilet en de paar keer dat hij is aangereden of aangevallen lag hij bloedend en wel bij te komen naast de vleugel of in het trappenhuis. Het werd dus tijd voor een nieuw stofje.
Aangezien de heren tapijtleggers deze week komen, hebben Philippe en ik gisteren de muziekkamer ontruimd. In eerste instantie ging dat prima. De fotolijstjes, lampen en het kleinmeubilair verdwenen al spoedig in de huiskamer of de gang. De problemen begonnen toen de kast-die-nog-van-oma-was-geweest moest worden verplaatst. Het ding bleek loodzwaar (hij was alleen nog maar door verhuizers van zijn plek gehaald) en alleen met veel handdoeken eronder en krassen in het parket lukte het ons het ding naar de woonkamer te sjouwen. Langzaam begon ik mijn onderrug te voelen.
Idioot genoeg kostte het verplaatsen van de vleugel minder moeite. In geen tijd hadden we het instrument op zijn kant, schroefden de poten eronder uit en manoeuvreerden het ding op dezelfde handdoeken als bij de kast van oma de gang en daarna de kamer in. En toen doemden nieuwe moeilijkheden op. Want hoe makkelijk het ook was om de vleugel op zijn kant te krijgen, terugzetten in zijn oorspronkelijke positie bleek minder eenvoudig. Philippe en ik namen de meest onmogelijke houdingen aan, daarbij al onze ledematen flink blesserend. Maar wat we ook deden: het lukte niet om de piano rechtop te zetten zonder daarbij een poot te breken. Van de vleugel welteverstaan. Intussen had ik stevige rugpijn.
We besloten hulp in te roepen. Eén telefoontje naar Dennis en Humphrey bleek genoeg om de mankracht in ons huis te verdubbelen – hoewel de laatste nog stond te strijken. Een uur later waren ze ter plekke. Ik legde de problemen uit (ze hadden bedankt voor de koud gezette champagne) en we gingen meteen aan de slag. Een minuut later stond de vleugel rechtop. Na even bij gekletst te hebben vertrokken onze lieve vrienden weer: de een naar zijn moeder, de ander naar oma.
Ik kwam echter nauwelijks meer overeind. En kon ook geen afwerend gebaar maken ten teken dat de jongens me niet moesten zoenen. Ik kamp namelijk al drie weken met de gevolgen van een koortslip. Omdat dat veel te lang is (bovendien is het aangetaste gebied te groot en te pijnlijk) moest ik vrijdag naar het inloopspreekuur van de vervanger van onze nieuwe huisarts. Ik had eerder moeten komen, zei ze nog ten overvloede. Intussen legde ze uit dat er een andere bacteriële infectie over die koortslip was heengegaan en gaf me een recept voor een antibioticazalf. Helpen doet het nog altijd niet, maar ja: baat het niet dan schaadt het niet.
Tegelijkertijd kampen Philippe en ik ook nog altijd met een stevige verkoudheid. Griep is het niet en ook verder is het totaal niet ernstig. Maar lastig is het wel. We wisselen elkaar af: op oneven dagen heeft Philippe er het meeste last van en op even dagen lig ikzelf in de lappenmand. Zo stond ik dus vanochtend op met een verstopte neus en een droge keel, een vastzittende hoest en een stevige rugpijn die er voorzorgde dat ik bijna in foetale houding het bed uit moest rollen – bovenop Pollo. En toen ik tijdens het tandenpoetsen in de spiegel keek, werd ik geconfronteerd met een al weer ernstiger geworden wond op mijn kin. Het gevolg van die koortslip met infectie dus.
Leven is langzaam sterven, zei laatst een bevriende cardioloog. Dezelfde als van wie ik de uitspraak heb geparafraseerd dat ‘… uit onderzoek blijkt dat vijf zes glazen wijn per dag niet slecht zijn voor je hart’. Dat weet ik, want mijn hart doet het nog prima. Wel moet ik nu even aan die dokter denken, die vervangster van onze nieuwe huisarts. Toen ik bij haar de deur uitliep zei ze nog: ‘En niet te veel alcohol’. Ook dat nog…
11.12
[een opmerking plaatsen]
woensdag 24-feb-2010
Stop de crisis, koop een huis!
Het onze bijvoorbeeld. Hieronder wat makelaarsjargon:
Formidabel dubbel bovenhuis in een rustig deel van de Concertgebouwbuurt. Bouwjaar 1912. Licht, lucht en privacy: alles wat je hartje begeert. Talloze originele details zijn nog aanwezig, zoals het geornamenteerde plafond, glas-in-lood-ramen, houtsnijwerk, sierglas in en boven de binnendeuren etc. etc. etc. Het hele pand is in 2000 volledig gerenoveerd inclusief fundament, muren, dak en van alle luxe voorzien. In de kelder bevindt zich een hydrofoorinstallatie die de waterdruk zelfs op de hoogste verdieping op peil houdt. Staat van onderhoud binnen en buiten uitstekend. Het gaat om twee appartementsrechten.
Een schitterend eiken visgraat parket met bies en band door vrijwel het gehele huis. Strak in de verf (in 2008 binnen en buiten opnieuw uitgevoerd), fundament, muren en dak hersteld in 2000. CV (ketel uit 2000) door het gehele huis. Afgewerkt met radiatorbekleding, geplaatst in 2008. Totaal woonoppervlak 180m2. Door het hele huis lopen loze leidingen voor internet- en kabelverbindingen. Overal hoge plafonds en prachtig licht, mooi verzorgd schilderwerk, inclusief de muren.
Binnenkomst via een solide houten deur met glas en traliewerk, voorzien van koperbeslag. Marmeren vloertje met muurtje van tegelwerk. Keurig trappenhuis voorzien van tapijt met daarin de meterkast met kabel- en internetaansluitingen. Gedeelde opgang met het appartement op de tweede verdieping, daarna toegang tot de derde verdieping.
Vervolgens: ruime, lichte hal, toegang tot wc met fonteintje en twee slaap/werkkamers. Grote, diepe woonkamer met aan beide zijden deur met toegang tot balkons. Grote, maar toch praktische semi-open keuken met inbouwapparatuur van o.a. Boretti en Siematic. Twee klassieke houtkachels (Jos Harm) die niet noodzakelijk zijn voor de warmte, maar wel bijdragen aan de gezelligheid. Blijven achter. Net als de raambedekking met beklede koofkap. Het balkon aan de achterzijde beschikt over stijlvolle zonwering in de sfeer van het pand.
Met tapijt beklede trap naar vierde verdieping. Een bovenlicht en pastelkleuren zorgen ervoor dat deze verdieping ook al een heldere indruk maakt. Overloop met toegang tot dakterras, wasruimte met cv-ketel, wc met fonteintje, logeerkamer, badkamer en slaapkamer. Zowel de logeerkamer als de badkamer hebben een romantische dakkapel, met maatwerk luxaflex (blijft achter). In de badkamer komt de functionerende hijsbalk uit, de buitenbekisting is in 2008 vernieuwd. Badkamer heeft een afgesloten douche, een bad en een dubbele wastafel. Designradiator en kranen vernieuwd in 2008.
Zeer ruime slaapkamer met grote berging die isolerend werkt in zomer en winter. Raambedekking met beklede koofkap blijft achter. Via dubbele deur toegang tot heet eerste dakterras van 27m2 met elektra en water. Vandaar via een houten trap naar het tweede dakterras van 20 m2 met spectaculair uitzicht over de hele stad. Aangezien het object bijna het hoogste pand in de buurt is en de buren niet over een dakterras beschikken, altijd de beschikking over veel privacy. Beide dakterrassen zijn voorzien van Bankirai vloeren en een metalen veiligheidshekwerk dat in 2008 is geschilderd. De terrassen zijn met vergunning aangelegd. Afvoer gecoat in 2008.
En dan de vraagprijs...
10.25
[een opmerking plaatsen]
vrijdag 12-feb-2010
Dit blog
Laatst werd ik in de kleedkamer van de sportschool aangesproken door een kennis. Hij vroeg hoe het met me ging (slecht) en waarom hij nooit meer eens iets nieuws las op dit blog. Hij vermoedde dat het een met het ander samenhing.
Dat klopt natuurlijk. En hoewel ik er de man niet naar ben om alleen maar mijn successen te beschrijven, zult u op dit blog ook zelden een ‘De Profundis’ aantreffen. Waarvan akte. Het valt me trouwens mee dat dit blog überhaupt nog wordt gelezen. Een paar media waarvoor ik schreef en waarmee ik ook dit blog in de spotlights kon zetten, hebben besloten niet langer van de diensten van ondergetekende gebruik te maken en de profielentijger die ik vroeger was (ik hield écht alles bij) heeft plaats gemaakt voor een door het luchtruim zwevende roofvogel die met gebruikmaking van één enkele radar de situatie op de grond in de gaten houdt en vervolgens op zijn prooi af duikt.
Word ik slechter? Ga ik achteruit? Ben ik uit vorm? Een jaar geleden zou ik nooit zo’n beeldspraak hebben gebruikt. Twintig jaar geleden weer wel trouwens. En misschien had ik ergens daar tussenin moeten pieken. Het heeft niet zo mogen zijn. En voorlopig gebeurt het ook niet. Op het moment is dit blog immers mijn enige oefenterrein, trainingsveldje, schetsboek, noem maar op. Ja, aan beeldspraak geen gebrek.
Mag ik het er op houden wat vaker hier te schrijven? De laatste post is al weer van langer dan een maand geleden. Graag zeg ik iedereen dan ook ‘tot spoedig’ toe.
Norbert Splint
11.42
[een opmerking plaatsen]
dinsdag 05-jan-2010
Bali
Toen we aan onze vrienden vertelden dat we naar Bali op vakantie gingen zeiden sommigen: ‘Daar zijn ze in twee dingen geïnteresseerd: je pik en je geld.’ Dat kwam dan goed uit: in het eerste geval is Moeder Natuur lief voor me geweest en in het tweede geval iemand anders. ‘Ze’ zouden op Bali dan ook niet teleurgesteld worden. Wijzelf eigenlijk ook niet. Dachten we. Het is er immers altijd mooi weer, het eten is verrukkelijk (voor wie er van houdt) en de jongens ook (idem).
Het zou mijn derde keer op Bali worden en Philippe’s zesde keer. Eigenlijk was het een alternatief voor Zuid Afrika, Brazilië of Thailand, wat allemaal om verschillende redenen niet doorging. Dus snel wat geboekt in een gebied dat we kenden met zonzekerheid op de koop toe. Nou ja: temperatuurzekerheid eigenlijk. Op Bali wil rond deze tijd van het jaar de zon nog wel eens achter een wolkendek van onregelmatige dikte verdwijnen, terwijl de temperatuur zelden onder de dertig graden duikt. Wat af en toe wordt getemperd door een zacht briesje. Kortom: een heerlijk klimaat.
Waarom sommige vrienden met de interesses van de Balinezen op de proppen kwamen weet ik niet. Onze omgeving (wat staat dat altijd hulpverlenerig) weet dat we het eiland goed kennen en dat we als we met onze huurauto over de geïmproviseerde wegen razen maar af en toe een kaart gebruiken. Wat niet eens zo veel zin heeft, want op Bali is een weg óf nog niet aangelegd, óf niet langer bruikbaar, óf omgelegd, óf afgesloten, óf er komt een processie langs, óf een kudde geiten.
In de praktijk klopte dat laatste niet, zo merkten we vorige week. Er waren meer wegen dan tien respectievelijk vijf jaar geleden en ze waren bovendien beter aangelegd en beter bewegwijzerd. Langzamerhand halen ze wat dat betreft op Bali het niveau van België of Italië. Alleen jammer dat het scooter- en autoverkeer navenant is toegenomen. Zo schieten ze per saldo niks op, al moet ik toegeven dat het autopark wel drastisch is gemoderniseerd. Wrakken zie je nauwelijks nog – nou ja: het gebit van sommige Balinezen lijkt er een beetje op.
Maar niet alleen de verkeersdrukte is verveelvoudigd, ook de toeristische sector lijkt aan een niet meer te stuiten opmars te zijn begonnen. Alleen jammer dat de toeristen voor wie die sector bedoeld is er niet zijn. Van alles is te veel: te veel masseuses, te veel taxichauffeurs, te veel scooterboys (net als in Amsterdam dus, maar dan anders), te veel restaurants die te veel van hetzelfde serveren, te veel bedelaressen met kinderen, te veel moslims, te veel op Australiërs gerichte cafés, te veel Australiërs die (dus) te weinig uitgeven, te veel Australiërs met kinderen, te veel Australiërs met te veel op, te veel marktkraampjes met te veel Bintang-hemdjes, te veel tempels waar te weinig te doen of te zien is, te veel gidsen, te veel autoverhuurbedrijfjes, te veel scooterverhuurbedrijfjes, te veel surfplankverhuurbedrijfjes, te veel vrouwen met kinderen, te veel caddies, te veel portiers, te veel obers, te veel receptionistes, te veel schoonmakers (die te weinig schoonmaken), te veel tuinmannen- en vrouwen, te veel vissers, te veel hotels, te veel internetcafés, noem maar op.
En wij waren er dan ook nog. Maar wel meteen voor het laatst, als het aan mij ligt. Hoe dan ook ga ik niet meer twintig uur (Economy) in een vliegtuig zitten om van de natuur, het weer, het eten en de jongens te genieten. Dat kan dichter bij huis ook. En de Balinezen zijn schattig ( ondanks hun beperkte interesses), maar op het laatst ben je het ook een beetje zat om al hun clichématige vragen te beantwoorden. Want telkens luidt het antwoord nee.
Nee, Philippe en ik zijn geen broers, laat staan tweelingen. Nee, Philippe en ik zijn niet met een vrouw getrouwd, maar met elkaar. Kijk maar in ons paspoort. Nee: we willen geen dolfijnen zien. En ook geen Rolex kopen of een Ray Ban want dat hebben allemaal al, maar dan echt. En nee: we willen geen taxi, scooter, masseuse, Bintang-hemdjes, gids of Italiaans restaurant op Bali (wie verzint zoiets). Wat we wel willen weten we eigenlijk ook niet. Maar na drie respectievelijk zes keer hebben we het op Bali in elk geval niet gevonden. Volgende keer beter. Misschien in Zuid Afrika, Brazilië of Thailand. Ben benieuwd wat onze vrienden zeggen.
19.58
Commentaar
[een opmerking plaatsen]
| Wat een superdom ongenuanceerd stuk. |
- Stevie
email
-
donderdag 07-jan-2010
09.43
woensdag 04-nov-2009
Spelletje: dood zijn
Met Philippe en Peter doe ik wel eens het volgende spelletje: raden wie er de twijfelachtige eer heeft om nog niet dood te zijn. In het kort komt het er op neer dat we een hele of halve beroemdheid uit onze jeugd opdiepen en ons afvragen of hij of zij nog leeft. Titel: ‘Leven zíj nog?’ (Variant: ‘Is die óók al dood?’). Zijn wij alle drie er niet zeker van of de bewuste BN-er nog onder ons verkeert dan zoeken we het op.
Het leukste is natuurlijk om figuren boven water te vissen die alleen de status van wereldster genoten (of nog steeds genieten) onder leden van de TROS, NCRV of AVRO. Ik noem er een paar: Dick Passchier (leeft nog), Judith Bosch (leeft nog), Martin Brozius (dood), Wim Bosboom (dood), Mieke Telkamp (leeft nog) en Ria Bremer (leeft nog). Al te beroemd kan ook weer niet, denk aan André van Duin (leeft nog), Prins Bernhard (dood), Johan Cruijff (leeft nog), Ruud Lubbers (leeft nog) of Joop den Uyl (dood – maar door niemand betreurd).
Dan is hun verscheiden domweg niet lullig genoeg. Iets soortgelijks geldt voor buitenlandse sterren. Vaak zijn dat échte beroemdheden en geen talentloze typetjes die via een talentenjacht of middels het kroegcircuit in de markt worden gezet. Het overlijden van Michael Jackson had - zacht uitgedrukt - een wat andere impact dan de dood van André Hazes. En ik geloof dat als Dries Roelvink onder de tram komt de internetredacties minder overuren maken dan wanneer Elton John uitglijdt in de badkamer.
Al te tragisch kan ook weer niet en vaak gebeurt dit bij sporthelden. Van de tien renners uit de Raleighploeg die in 1980 tijdens de Tour de France de ploegentijdrit won, overleden er drie: Bert Pronk, Gerrie Knetemann en Bert Oosterbosch. Johan van der Velde raakte aan lager wal en Jan Raas ging aan de drank dus bij die twee is het nog slechts een kwestie van tijd alvorens zij zich op hun Raleigfiets bij Petrus melden.
Ook hier geldt dat buitenlandse kanonnen niet voor ons spel in aanmerking komen. Het overlijden (en de manier waarop) van Tommy Simpson is gewoonweg niet suf genoeg en dat geldt ook voor het dodelijke ongeluk van Joachim Agostinho en de zelfmoord van Louis Ocana die zich met een geweer door het hoofd schoot - over kanonnen gesproken.
Kortom: om te kunnen figureren in ‘Leven zíj nog?’ is een hoog lulhannesgehalte van belang. Artistieke eendagsvliegen maken een grote kans, net als dubieuze politici en kwakzalvers. Sporters van het tweede garnituur laten we ook door en combinaties van twee mislukte carrières vinden we al helemaal geweldig, denk aan voetballer/presentator Frank Kramer (leeft nog). Wim Jonk komt weer niet door de ballotage in verband met serieus succes als Ajaxspeler en advocaat (idem).
Tot slot een uitnodiging om zelf mee te spelen. Komen ze: Ad Visser, Thea Beckman, Karel Prior, Eegje Schoo, Penny de Jager, Frank Masmijer, Lous Haasdijk, Fred Emmer, Willem Aantjes, Willy Dobbe, Willem Duys, Tineke de Groot, Henk Wijngaard, Lisette Hordijk, Jan Terlouw, Elles Berger, Charles Schwietert, Anita Meyer, Ralph Inbar, Will Luikinga, Chiel Montagne, Hans Janmaat, Léonie Sazias, Hans van Willigenburg, Hans van der Togt (wie houdt ze uit elkaar?), Albert West, Frits Bom, Abraham Soetendorp, Berend Boudewijn, Bassie en Adriaan, Peppie en Kokkie (één is er dood, maar welke?), John de Wolf, Arie Ribbens, Jan en Zwaan, Frank en Mirella, Kees Kist, Lenny Kuhr en Frits Schalij. Succes!
16.52
Commentaar
[een opmerking plaatsen]
| wim jonk is geen advocaat. dat is weer keje molenaar. Die leeft nog. En had een sportzaak samen met Pier Tol. Het gezegde: zo dood als een Pier doet vermoeden dat deze virtuoos niet meer onder ons is. Maar zeker ben ik er niet van. |
- jan
email
-
dinsdag 08-dec-2009
05.46
vrijdag 23-okt-2009
Kilt-party succes! II
…eerst maar even de vmbo-ers. Voor hen heb ik uitgelegd wat een kilt precies is en in welke traditie dit kledingstuk ongeveer staat. En ik ben bepaald niet de enige die zoiets doet, integendeel: van ‘officiële zijde’ verscheen immers alweer ruim een jaar geleden het vmbo-woordenboek. Keurig bij Van Dale.
De uitgever: ‘Dit doelgroepgerichte woordenboek sluit aan bij het kennis- en taalniveau van vmbo-leerlingen en mbo-studenten. Het kan bij het vak Nederlands worden gebruikt, maar ook bij andere vakken. Het belangrijkste kenmerk van het woordenboek is, dat de definities kort zijn, geen moeilijke woorden bevatten en in begrijpelijke taal zijn geschreven. Ook komen in het woordenboek geen moeilijke afkortingen en zo min mogelijk grammatica voor. Naast de belangrijkste woorden en uitdrukkingen uit het Nederlands zijn ook zogenaamde schooltaalwoorden opgenomen, bijvoorbeeld ‘toetsen’, ‘slagen’ en ‘werkstuk’. In 650 gevallen worden tekeningen gebruikt om de betekenis van een woord nog duidelijker uit te leggen. Ten slotte is de vormgeving ruim opgezet.’
Hoezo denigrerend. Wel is het lief van Van Dale dat ze mbo-ers ‘upliften’ tot studenten. Een student is volgens mij iemand die studeert aan een universiteit. Een 'mbo-student' is dus een mooi voorbeeld van onderwijsinflatie.
Maar goed. Dat bloemisten, kappers en de collega’s van medecolumnist Mickey in de SOHO niet wakker liggen van de verschillen tussen de woorden ‘regering’ en ‘kabinet’ of ‘parlement’ en ‘Tweede Kamer’ is te billijken. Maar dat het kennisniveau intussen zover is gezakt dat voor tweederde van de internetgeneratie een normaal woordenboek niet meer volstaat is bedroevend. Over onderwijsinflatie gesproken. Dat het in één regeltje aanstippen van dit feit hysterische reacties oplevert, zal ik maar beschouwen als een geval van plaatsvervangende schaamte.
Dan de column zelf. Er staat geen onvertogen woord in, er wordt geen expliciete seks in beschreven en er wordt niemand in gediscrimineerd. Desondanks wordt men lááiend. En dat is vreemd. Ik heb immers op deze plaats, op gay.nl en in de Gay Krant stukjes geschreven waarin dat allemaal wel gebeurde. Die leverden een stuk minder (woedende) reacties op. Ligt zoiets aan het weer? Is er sprake van een soort sneeuwbaleffect? Leest men liever wat men graag wil lezen, maar wat er niet staat? Hadden alle VMBO-ers vakantie? We staan voor een raadsel...
Verder werden mij allerlei seksueel overdraagbare aandoeningen toegewenst. Deze reageerders kan ik geruststellen: ik heb ze allemaal al eens gehad, als twintiger of zo, op hiv na. Ook had men commentaar op mijn uitnodigingsbeleid. Maar mag ik alsjeblieft zelf weten wie ik thuis uitnodig? Misschien zijn die reageerders wel dezelfden van vroeger, toen ik nog wel eens de moeite nam om over asielzoekers of illegalen te schrijven, wat natuurlijk vaak op hetzelfde neerkomt. Die mensen waren ook altijd voor een ‘ruimhartiger toelatingsbeleid’. Zeker weten doe ik het niet, want ik klik natuurlijk niet elk profiel van iedere reageerder aan.
Tot slot de categorie die opriep de column van de site te halen en/of mij te ontslaan. What’s new? Vijf jaar geleden was er op het forum van gay.nl een draadje met als titel ‘Norbert moet weg’. Ik wist het zelf niet eens, totdat de toenmalige directeur van het bedrijf waar de site toe behoort me er op wees. Ik vroeg hem of hij het verzoek in overweging had genomen. Zijn antwoord: ‘Welnee. Ik dacht meteen: die jongen laten we nooit meer gaan.’ Dus ook voor deze storm in een glas water geldt: morgen gaat de vis er in, gewoon doorlopen en over tot de orde van de dag.
12.21
[een opmerking plaatsen]
woensdag 23-sep-2009
Kilt-party succes!
Afgelopen zaterdag vierde ik mijn veertigste verjaardag met een - ik mag wel zeggen spetterende – kilt-party. Ik had mannen verzocht geen cadeaus mee te nemen, maar in plaats daarvan te verschijnen in een Schotse kilt. Vrouwen en hetero’s waren niet uitgenodigd, kinky alternatieven waren toegestaan.
Toegegeven: zo’n kilt-party moet ook je ding maar even zijn. Van de meer dan honderd genodigden had de helft afgezegd of kwam gewoon maar niet opdagen. Geen probleem: onze huiskamer is met vijftig man(nen) aardig gevuld. Alleen werd die huiskamer minder bezocht dat de dakterrassen. Wie verzint in vredesnaam het dat het op 19 september ’s avonds nog twintig graden is? Zo ongeveer iedereen zat buiten.
Philippe en ik hadden een tiental Nederlanders over de vloer, maar ook Noren, een Duitser, een Jood (ging prima samen), verschillende mixen van van alles en nog wat (denk aan Indo’s en Molukkers, maar ook een kruising tussen een Hawaïaanse en een Fransman- geil!), een Spanjaard, een Let, een Surinamer, een Ecuadoriaan, een Macedoniër, twee Brazilianen, een Pool en een Cubaan die in Zweden woont. Wie zei daar dat wij niet multicultureel bezig zijn. Overigens waren de enige vier gasten die waren uitgenodigd en toegezegd hadden om te komen, maar achteraf niet verschenen, Moslims.
Laat ik volstaan met te stellen dat alle genodigden een leuke avond hebben gehad. Ik weet bijna zeker dat ik me nu eufemistisch uitdruk, maar voor de beleefdheid en discretie moet het maar even. De dag erna stroomden de reacties binnen. Vaak hadden die het karakter van het verzoek om een herhaling. Zo van: dat moet je vaker doen! Ja, ja. Het opbouwen en afruimen kost doodleuk twee werkdagen, nog even afgezien van irritaties rond cateraars die dingen komen halen en brengen en het masseren van de buren.
Dan vind ik: dat mogen anderen wel eens vaker doen…
17.09
[een opmerking plaatsen]
vrijdag 28-aug-2009
In de rouw
Word ik een sentimentele ouwe nicht? Het lijkt er wel op. Op de eerste plaats ‘vier’ ik over een paar weken mijn veertigste verjaardag. In nichtenland (provincie Amsterdam) ben je dan oud. En sentimenteel was ik toch al een beetje: ik schiet niet alleen vol van een prachtaria van Bach of Händel, maar ook van een simpel wijsje wat ik hoor in de opera of op straat. Misschien dat ik daarom wel nooit naar de radio luister: anders zou ik voortdurend met betraande ogen rondlopen.
De laatste tijd gebeuren er echter dingen die gewoon niet zo leuk zijn. Ik zie voor het gemak maar even af van buurmannen die last hebben van je hondje en daarom de banden van je auto leegdraaien, financiële doelstellingen niet halen en daarom bepaalde materiële wensen niet kunnen vervullen of ander klein leed. Het is meer dat er dingen gebeuren buiten je om, met mensen die met die gebeurtenissen gelukkig zijn, maar jijzelf bent dat niet. Kijk: ik begin nu helemaal als een voetballer of voetbalcoach te praten, om afstand te creëren waarschijnlijk.
Elders op dit blog heb ik al eens geschreven over mijn personal trainer Christoffel (‘Chris’ in The Mansion). Nu zegt u waarschijnlijk: ja jongen, al drie of vier keer. Raak je dan helemaal niet over dat joch uitgepraat? Nee inderdaad: ik raak niet over hem uitgepraat. Vandaag was de laatste training (lees: boksles) en vanavond is zijn afscheidsfeestje. Op de sportschool droeg hij een geil shirtje (Deed’ ie het erom? Doet ‘ie anders nooit!) en na afloop discussieerden we gekleed in handdoek over zijn foutieve factuur. U begrijpt...
Maar dat is niet het hele verhaal. Het komt niet vaak voor dat ik iemand tegenkom van wie ik wat leer, naar wie ik luister, die op tijd is al we een afspraak hebben, die er om het vulgair te zeggen lekker uitziet, seksueel is (ja, vooruit maar) en soms heel grappig. Natuurlijk komt dit alles niet van twee kanten: ik betaal hem en ben zijn klant. Maar toch… Laat ik het zo samenvatten: ik vind het wel heel erg jammer dat hij weggaat. Maar: leuk voor hemzelf, ja natuurlijk. Zo. Uitgepraat. Over Chris dan.
Maar ik ben nog niet klaar. Ik ben er namelijk van overtuigd dat mensen maar twee, drie, misschien vier echte vrienden kunnen hebben en kunnen onderhouden. Daar omheen cirkelen dan nog acht à twaalf wat minder belangrijke figuren, terwijl de vrienden en kennissenkring daar weer omheen even uitgebreid en oneindig kan zijn als het heelal. Het kan inkrimpen en uitbreiden.
In de binnenste ring bevinden zich twee mensen die enige tijd geleden hun nieuwe vriend hebben meegebracht. Philippe en ik hebben verdeeld op de heren gereageerd. Vooropgesteld natuurlijk: de vrienden van je vrienden zijn je vrienden. Maar een relatie aangaan met iemand is wel even iets anders. Zeker in het geval van ‘vriend a’, die ik alles vertel. Dat doe ik dus nu niet meer: er zit immers iemand ander bij. Wat betreft ‘vriend b’ ligt de situatie anders. Men is tien respectievelijk twintig jaar jonger, er kan nog van alles gebeuren en bovendien ziet die vriendschap er heel anders uit.
Maar overeenkomsten zijn er ook: zowel vriend a als vriend b zag ik elke week of minstens elk weekend. Dat was lief, leuk, gezellig, aardig en soms werd er zelfs wat seksuele spanning getemperd of afgeblust. Dat gebeurt nu voorlopig niet meer: de heren hebben elders onderdak gevonden. En als je ze dan al spreekt gaan de verhalen over dat nieuwe vriendje en niet over wat wij (met vriend a en vriend b) toch zoal meemaakten en spannend vonden. Leuk voor ze, maar ik ben wel een beetje in de rouw. Is dat logisch of word ik een ouwe sentimentele nicht?
17.34
[een opmerking plaatsen]
maandag 24-aug-2009
Homo en adoptie vaak een succes
De laatste tijd komen er nogal wat adoptiekinderen op mijn pad die ook homoseksueel zijn. Zo zie je: decennialang denk je dat je de enige bent, maar op de sportschool en in de kroeg wemelt het ervan. Het valt me op dat de meesten echt iets met hun adoptieouders hébben. Zo is mijn personal trainer Christoffel (‘Chris’ in de Supperclub of Jimmy Woo of weet ik veel) op zijn zeventiende letterlijk het huis uitgetrapt omdat hij een ongeleid projectiel was. Er was geen land met hem te bezeilen en hij wilde nergens voor deugen. Desondanks komen zijn ouders (inmiddels gescheiden en allebei hertrouwd) regelmatig op bezoek ‘om leuke dingen te doen’. De relatie is allerhartelijkst, heb ik begrepen.
Op dezelfde sportschool trof ik Stephan Sanders, altijd met het onderwerp bezig. Hij vertelde het ene bizarre verhaal na het andere over zijn biologische moeder en vermeende vader. Zijn monoloog ontaardde in een road story die voerde van Amsterdam, naar Kaapstad en Johannesburg, naar Sidney en Jamaica en weer terug. En inderdaad: hij was ook bezig om een roman erover te schrijven. Ik raadde hem aan minstens de helft van de gegevens weg te laten, anders werd het het meest ongeloofwaardige boek uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Maar over zijn adoptieouders niets dan goeds. “Laat dat er dan ook maar uit,” dacht ik, maar dat was Stephan zelf ook al van plan.
Nog niet zo lang geleden leerden Philippe en ik op een feest een leuke Colombiaanse jongen kennen. Laten we hem Wiliam noemen. Het was, vulgair gezegd, echt ons type. Het feestje liep een beetje af, we namen hem mee naar huis en we hadden een leuke avond. Wiliam had een opvallende tatoeage tussen zijn schouderbladen: twee rechtopstaande balken met daar tussenin een lemniscaat. Toen we een beetje bij waren gekomen van de activiteiten vroegen we wat dat betekende. Hij vertelde dat hij was geadopteerd (ja, natuurlijk!) en dat de twee palen zijn adoptieouders voorstelden. Hijzelf was de lemniscaat, het verbindende element - volgens het woordeboek tussen het stoffelijke en het onstoffelijke. Het tragische was dat zijn ouders onlangs vrij kort na elkaar waren overleden: de een aan borstkanker en de ander had een auto-ongeluk gehad. Verder was zijn adoptiebroer ook Colombiaans en, jawel, ook homo. Zo hoor je nog eens wat.
Dan hebben we ook nog het ‘geval’ Henk-Jan. Henk-Jan is kapper en houdt van scheerseks. Je gelooft het niet, maar toch is het zo. Loop je twintig jaar rond in het Amsterdamse homoleven, denk je dat je alles hebt gezien, krijg je zoiets. Ik heb volgens sommigen ook idiote voorkeuren, maar het kan altijd nog gekker. Maar goed. Henk-Jan vertelde dat hij op een verjaardag was waar een trots lesbostel vertelde dat ‘Myrthe twee moeders had’. Henk-Jan pareerde met de volgende woorden. ‘Ik heb zes ouders: twee biologische ouders, twee adoptieouders en twee pleegouders. Ik zie ze alle zes en het gaat hartstikke leuk: ook samen, op verjaardagen zoals deze.’
Conclusie: overal is wat. Ouder worden is in zoverre leuk dat je bepaalde dingen gewoon accepteert. Ook de minder leuke – en van de leukere beter leert genieten. Voor de goede orde: zaterdag ga ik met Philippe, mijn broer en schoonzus en mijn ouders naar de Hermitage. Ik wens mezelf hierbij een leuke dag toe.
14.18
[een opmerking plaatsen]
archieven
2010-9
|
2010-8
|
2010-7
|
2010-5
|
2010-3
|
2010-2
|
2010-1
2009-11
|
2009-10
|
2009-9
|
2009-8
|
2009-7
|
2009-6
|
2009-5
|
2009-4
|
2009-3
|
2009-2
|
2009-1
2008-11
|
2008-10
|
2008-9
|
2008-8
|
2008-7
|
2008-6
|
2008-5
|
2008-4
|
2008-3
|
2008-1
2007-12
|
2007-11
|
2007-10
|
2007-9
|
2007-8
|
2007-7
|
2007-6
|
2007-5
|
2007-4
|
2007-3
|
2007-2
|
2007-1
2006-12
|
2006-11
|
2006-10
|
2006-9
|
2006-8
|
2006-7
|
2006-6
|
2006-5
|
2006-4
|
2006-3
|
2006-2
|
2006-1
2005-12
|
2005-11
|
2005-10
|
2005-9
|
2005-8
|
2005-7
|
2005-6
|
2005-5
|
2005-4
|
2005-3
|
2005-2
|